Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

PT: Noem eens een belangrijk museum.

GB: Dachten we niet allemaal dat het over en uit was met musea? Maar nee hoor, ze zijn helemaal terug, en hoe! En niet alleen als machines die inspelen op een zo groot mogelijk publiek, hoewel ze dat tegelijkertijd ook moeten zijn. Ik ben enorm geïnteresseerd in wat je kunt zien als een klassieke oorlog om invloed en macht, die momenteel gaande is op institutioneel niveau en op wereldwijde schaal. Neem bijvoorbeeld het Louvre, dat zichzelf opnieuw uitvindt in het Midden-Oosten, of het reusachtige nieuwe museum M+, dat binnenkort opent in Hongkong. En wat dacht je van het Humboldt Forum in Berlijn, dat de geschiedenis van gehele mensheid beschrijft, of herschrijft? Met andere woorden: het museum is weer helemaal terug als instrument voor ideologieën en propaganda. Om het belang hiervan te kunnen duiden, zullen we moeten afwachten tot dit nieuwe speelveld wat meer gevestigd is en er een nieuwe hiërarchie is ontstaan. Maar het is duidelijk dat de absolute heerschappij van Amerikaanse instellingen zoals het MoMA en het Metropolitan tot het verleden behoort

In deze culturele machtsstrijd is het van belang dat instellingen als Het Nieuwe Instituut het idee van een canon openlijk ter discussie blijven stellen. We zijn niet heel groot, maar ook niet klein; we hebben voldoende kritische massa om dingen te bevragen, en we worden met publiek geld gefinancierd. 

We hebben, met andere woorden, van de overheid de kans gekregen om ons open te stellen voor al die verhalen die nog niet verteld zijn. Culturele instellingen zoals Het Nieuwe Instituut behoren waarschijnlijk tot de laatste plekken waar zulke verhalen verteld kunnen worden. En omdat we met publiek geld worden gefinancierd, moeten we het publiek bijzonder serieus nemen, maar dan gelukkig op een andere manier dan puur als massa.

Wij kunnen een actieve rol spelen als katalysator voor al die verhalen over design, architectuur, digitale cultuur, makers en mogelijke gebruikers die nog niet zijn verteld en waaraan vaak bewust geen aandacht is geschonken.

PT: Hoe zou carte blanche eruitzien?

GB: Ik heb geen behoefte aan een suikeroom of -tante: we hebben allemaal geld nodig, maar geld moet nooit het uitgangspunt zijn voor welk project dan ook. Als ik een nieuw project zou mogen opzetten, over iets wat ik echt interessant vind, zou ik me waarschijnlijk richten op de vraag hoe je het tijdelijke kunt inzetten als instrument voor transformatie. De tentoonstellingmodellen die ik heb ontworpen zijn uitgegroeid tot complete musea, archieven en zelfs stadsparken. Ze hebben allemaal geleid tot fundamentele veranderingen in beleid, stadsplanning en zelfs de psychologie van een stad. Met andere woorden: het tijdelijke kan een uitstekende actor zijn voor verandering, maar het wordt op dit moment nog vooral gebruikt voor formats zoals biënnales, festivals en tentoonstellingen.

Het idee van een instituut voor tijdelijke instituten zou ik heel fascinerend vinden. Er is genoeg infrastructuur beschikbaar, maar hoe breng je die tot leven, hoe programmeer je die, hoe transformeer je die zo dat ze voldoet aan onze huidige behoeften? Dat is de vraag die mij boeit. Niet door met de hardware te beginnen, maar door de software te ontwikkelen. We moeten leren van tentoonstellingen en van tentoonstellingmakers, we moeten hun kennis van het tijdelijke benutten en gebruikmaken van alles wat er is en wat volop potentie heeft, maar tot nog toe wordt vergeten of genegeerd, of als probleem wordt gezien.

Dit interview is eerder gepubliceerd in New Exhibition Design 03. Redactie Uwe J. Reinhardt, Philipp Teufel. In samenwerking met edi—Exhibition Design Institute Hochschule Düsseldorf Peter Behrens School of Arts. Copyright 2020 av edition GmbH, Stuttgart, Verlag für Architektur und Design.

New Exhibition Design 03 is te koop bij NAi Booksellers.

Penelope Curtis, Dirk van den Heuvel
jo taillieu architecten
Goda Budvytyte
Calouste Gulbenkian Museum, Fondazione Musei Civici di Venezia
Calouste Gulbenkian Museum
LEVS architecten, WDJARCHITECTEN, Hubert-Jan Henket

Art on Display 1949-69 maakt deel uit van een serie tentoonstellingen die bestaan uit 1:1 modellen die zich richten op de specifieke kwaliteiten van het interieur als snijpunt van architectuur en design.